Gratis test Frans A1
10 vragen over alledaagse situaties, meteen verbeterd, zonder inschrijving.
Niveau A1 is het eerste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen (ERK). Op dit niveau begrijpt en gebruikt u vertrouwde uitdrukkingen en heel eenvoudige zinnen: uzelf voorstellen, vragen stellen over het uur, een plaats of een aankoop, en daarop antwoorden.
Deze test meet hoe goed u eenvoudige situaties begrijpt: bij elke vraag kiest u het juiste antwoord. Het is een zelfevaluatie om te weten waar u staat, geen officieel attest.
De test: 10 vragen
Kies bij elke situatie het antwoord dat het best past. Vragen en antwoorden staan in het Frans. Eén vraag tegelijk, meteen verbeterd.
Vraag 1 van 10
1. Souhaitez-vous partir aux sports d’hiver ?
« Les sports d’hiver » (wintersport) is vakantie in de sneeuw: « j’adore faire du ski » (ik ski heel graag) beantwoordt de vraag.
2. L’adresse de facturation est-elle la même que l’adresse de livraison ?
Er wordt gevraagd of beide adressen « la même » (hetzelfde) zijn: « Oui, c’est la même adresse ». « Non, les deux sont identiques » spreekt zichzelf tegen (nee, en dan toch identiek).
3. Bonjour ! Comment vous appelez-vous ?
« Comment vous appelez-vous ? » (hoe heet u?) vraagt naar uw naam: « Je m’appelle Sophie Martin ».
4. Pour trois pantalons achetés, une écharpe offerte. Cela vous intéresse ?
Om de sjaal « offerte » (gratis) te krijgen, moet u drie broeken kopen: « je prends trois pantalons » (ik neem drie broeken).
5. À quel numéro puis-je vous appeler ?
Er wordt gevraagd naar een « numéro » (nummer) om te « appeler » (bellen): een telefoonnummer. De andere antwoorden zijn een leeftijd, een adres en een lengte.
6. Où puis-je prendre le train en direction d’Anvers ?
« Où » (waar) vraagt naar een plaats: « À la gare, juste là » (aan het station, daar). De andere antwoorden geven een prijs of uren.
7. Je suis professeur, et vous ?
De persoon zegt welk beroep hij heeft en vraagt naar het uwe: « Je suis vendeur » (ik ben verkoper).
8. Quelle heure est-il ?
Om het uur te zeggen, gebruikt men altijd « Il est »: « Il est deux heures » (het is twee uur).
9. Où travaillez-vous ?
« Où » (waar) vraagt naar een plaats: « Dans un hôpital, à Liège » (in een ziekenhuis, in Luik). « En voiture » (met de auto) zegt hoe u er naartoe gaat, niet waar u werkt.
10. Avez-vous des boissons fraîches ?
Er wordt gevraagd naar « boissons fraîches » (koude dranken): water, frisdrank en sap. Koffie en thee drinkt men warm, de rest is om te eten.
Kies een antwoord om verder te gaan.
Uw score: 0 / 10
Niveau A1 is nog niet helemaal bereikt. Dat is normaal als u net met Frans begint: door regelmatig te oefenen op alledaagse woorden en vragen gaat u snel vooruit.
Een coach Frans kan u stap voor stap begeleiden, in uw eigen tempo, aan huis overal in België of online.
U nadert niveau A1. Enkele punten moet u nog verstevigen, vooral de eenvoudige vragen (« où », « quand », « combien »: waar, wanneer, hoeveel) en de antwoorden die erbij passen.
Een coach Frans kan u helpen die punten weg te werken, aan huis overal in België of online.
U hebt waarschijnlijk niveau A1 voor begrijpen. De volgende stap is niveau A2: wat langere gesprekken begrijpen en over uw dagelijks leven vertellen.
Om niveau A2 te halen, kan een coach Frans samen met u een programma op maat opstellen, aan huis overal in België of online.
Verder gaan
Verder gaan. Wat elk niveau inhoudt, leest u in onze gids over de niveaus Frans. Probeer ook onze andere online tests of ontdek onze lessen Frans.