Overslaan naar inhoud

Dyscalculie: rekenstoornis

De signalen herkennen, een diagnose laten stellen en uw kind elke dag helpen

Telt uw kind op het einde van de lagere school nog op zijn vingers, verwart het 41 en 14 of onthoudt het zijn maaltafels niet, ondanks urenlang oefenen? Dat kan een gewone, tijdelijke moeilijkheid zijn, of dyscalculie, een blijvende rekenstoornis. Zo herkent u ze, laat u een diagnose stellen en helpt u uw kind in het dagelijks leven.

Wat is dyscalculie?

Dyscalculie is een specifieke leerstoornis die het omgaan met getallen en het rekenen bemoeilijkt. Ze hoort bij de familie van de ‘dys’-stoornissen, net als dyslexie bij het lezen of dysorthografie bij het schrijven.

Ze heeft niets te maken met intelligentie of luiheid. Een kind met dyscalculie kan heel sterk zijn in andere vakken. Het is de manier waarop het zich hoeveelheden voorstelt, rekenfeiten onthoudt of een berekening organiseert die anders werkt.

De stoornis is blijvend: ze verdwijnt niet met een paar extra oefeningen. Met de juiste begeleiding gaat een kind met dyscalculie toch vooruit, en veel kinderen vinden goede strategieën om een gewone schoolloopbaan te volgen.

Signalen die ouders kunnen opvallen

Bepaalde tekenen verdienen uw aandacht, zeker als ze lang aanhouden ondanks regelmatig oefenen:

  • het begrijpt moeilijk wat een getal voorstelt (dat 8 groter is dan 5, dat 100 tien keer 10 is);
  • het verwart de tekens (+, −, ×) of de wiskundetaal (‘meer dan’, ‘de helft’);
  • het draait cijfers om bij het lezen of schrijven van een getal;
  • eenvoudige berekeningen blijven traag en het telt nog op zijn vingers als klasgenoten dat al geautomatiseerd hebben;
  • het onthoudt de maaltafels niet, of vergeet ze van de ene dag op de andere;
  • het heeft moeite om cijfers onder elkaar te zetten, de komma te plaatsen of een berekening op papier te ordenen;
  • in een vraagstuk vindt het de nuttige gegevens of de juiste bewerking niet;
  • het heeft moeite met klokkijken, wisselgeld teruggeven of een tijdsduur inschatten.

Eén signaal alleen volstaat niet om iets te besluiten. Veel kinderen beleven een moeilijke periode in wiskunde zonder dyscalculie te hebben. Het is de combinatie en het aanhouden van de signalen die een deskundig advies verdienen.

Dyscalculie of moeite met wiskunde?

Het verschil zit in de oorzaak. Moeite met wiskunde komt vaak door een begrip dat niet goed zit, een gebrek aan zelfvertrouwen of een studiemethode die beter kan. Met aangepaste uitleg en oefening verdwijnt ze meestal.

Dyscalculie blijft daarentegen bestaan ondanks gewone oefening. Het kind werkt, maar de automatismen komen er niet. De achterstand op leeftijdsgenoten blijft of wordt zelfs groter. Dan kan alleen een onderzoek duidelijkheid brengen.

Wie stelt de diagnose dyscalculie?

In België steunt de diagnose op een onderzoek door een professional die opgeleid is in leerstoornissen:

  • de logopedist, die de reken- en getalvaardigheden meet met gestandaardiseerde tests;
  • de neuropsycholoog, die ook geheugen, aandacht en redeneren onderzoekt en andere oorzaken uitsluit;
  • het CLB (in Vlaanderen) of het centrum PMS (in het Franstalig onderwijs), dat u kan doorverwijzen en de brug slaat naar de leerkrachten.

De huisarts of kinderarts is vaak het eerste aanspreekpunt: zijn voorschrift is nodig voor een behandeling bij de logopedist. De diagnose wordt meestal pas gesteld na enkele jaren rekenonderwijs, wanneer de moeilijkheden over een langere periode zijn vastgesteld.

Logopedie voor dyscalculie kan gedeeltelijk terugbetaald worden door het ziekenfonds, onder voorwaarden: een medisch voorschrift, een bilan met tests die het RIZIV erkent en het akkoord van de adviserend arts. Informeer bij uw ziekenfonds en de logopedist voor u begint.

Hoe helpt u uw kind in het dagelijks leven?

Welke hulp zinvol is, hangt af van de vorm die de stoornis bij uw kind aanneemt. De logopedist zal u raad geven, maar enkele tips komen vaak terug.

Als het ordenen op papier moeilijk loopt

  • Eerst mondeling werken, dan pas schriftelijk.
  • Bewerkingen op één lijn schrijven in plaats van onder elkaar, of ruitjespapier met grote hokjes gebruiken.
  • Kleuren gebruiken om eenheden, tientallen en honderdtallen te onderscheiden.
  • De rekenmachine toelaten als de oefening om het redeneren draait en niet om het rekenen.

Als het geheugen hapert

  • Een maaltafelkaart binnen handbereik laten bij oefeningen waar hoofdrekenen niet het doel is.
  • De maaltafels in kleine stappen herhalen en steunen op wat al gekend is (de tafel van 4 is het dubbel van die van 2).

Als het kind moeite heeft om aandachtig te blijven en te plannen

  • Elk vraagstuk opdelen in stappen en die luidop verwoorden.
  • Een stappenplan bijhouden met de oplossingsstappen, in de juiste volgorde.

Als het getalbegrip ontbreekt

  • Met concreet materiaal werken: fiches, staafjes, geld, kookrecepten.
  • Schatten voor het rekenen (‘wordt de uitkomst eerder 50 of 500?’).

Oefeningen en spelletjes voor dyscalculie thuis

De nuttigste oefeningen zijn kort, regelmatig en speels. Tien minuten per dag werkt beter dan een lange sessie die ontmoedigt. Enkele ideeën:

  • gezelschapsspelletjes met dobbelstenen en kaarten, waarbij uw kind ongemerkt rekent;
  • boodschappen of zakgeld, om met echte bedragen te werken;
  • koken, voor hoeveelheden, het dubbele en de helft;
  • vergelijkspelletjes (‘wie heeft het meest?’) en getallen rangschikken.

Deze activiteiten vullen het werk van de logopedist aan, ze vervangen het niet. Het belangrijkste is dat uw kind weer vertrouwen krijgt en getallen opnieuw met iets haalbaars verbindt.

Op school: redelijke aanpassingen

Zowel in het Vlaamse als in het Franstalige onderwijs heeft een leerling met specifieke onderwijsbehoeften, zoals een vastgestelde dyscalculie, recht op redelijke aanpassingen in het gewoon onderwijs.

Concreet kan dat gaan om extra tijd, het gebruik van een rekenmachine of een maaltafelkaart, anders geformuleerde opdrachten of overzichtelijke werkbladen. U vraagt ze aan bij de school, op basis van de diagnose, en de aanpassingen worden besproken met de leerkrachten en het CLB.

De steun van een coach wiskunde

Naast de logopedie helpt individuele begeleiding in wiskunde uw kind om het programma van zijn klas op zijn eigen tempo te volgen. De coach herhaalt de leerstof stap voor stap, met concreet materiaal, en past de strategieën toe die voor uw kind werken.

Bij My Sherpa kiest een pedagogisch adviseur de coach volgens de noden van uw kind, voor bijles wiskunde in de lagere school of bijles wiskunde in het secundair, aan huis overal in België of online. Werken aan de studiemethode helpt uw kind ook om zich in alle vakken te organiseren.

Hebt u nog vragen over onze werking? Bekijk onze veelgestelde vragen.

Een coach wiskunde aanvragen

Beste ouders, zo start u het schooljaar goed: enkele tips speciaal voor u
Ritme, huiswerk, contact met de school, motivatie: onze tips om het schooljaar goed te beginnen, van het lager tot het hoger onderwijs