In eenzelfde klas leert geen enkele leerling helemaal zoals zijn buur. Gedifferentieerde pedagogie vertrekt vanuit die vaststelling: iedereen werkt naar hetzelfde doel, maar de wegen ernaartoe verschillen. U leest hier de definitie, concrete voorbeelden, de voordelen en de grenzen, en wat het kan veranderen voor uw kind.
Gedifferentieerde pedagogie: definitie
Gedifferentieerde pedagogie (ook differentiatie, gedifferentieerd onderwijs of gedifferentieerde aanpak genoemd) betekent dat de leerkracht zijn manier van lesgeven aanpast aan de verschillen tussen leerlingen. Het doel blijft gemeenschappelijk: elke leerling moet dezelfde competenties beheersen.
Wat verandert, zijn de middelen: de uitleg, de oefeningen, de leermiddelen, de beschikbare tijd of de manier waarop een leerling toont wat hij geleerd heeft. De Franse term « pédagogie différenciée » raakte vanaf de jaren 1970 verspreid, onder meer dankzij de Franse pedagoog Louis Legrand.
Samengevat in drie ideeën
- Gemeenschappelijke doelen: alle leerlingen werken naar dezelfde leerdoelen.
- Verschillende wegen: de leerkracht biedt meerdere manieren aan om er te komen.
- Formatieve evaluatie: er wordt regelmatig gekeken waar elke leerling staat, om de volgende stap bij te sturen.
Waarop steunt deze aanpak?
Gedifferentieerde pedagogie steunt op twee eenvoudige uitgangspunten.
- We zijn allemaal verschillend. Tempo, achtergrond, cultuur, interesses, manier van begrijpen: twee leerlingen naast elkaar kunnen op heel andere moeilijkheden botsen.
- We zijn allemaal in staat om te leren. De Franse onderzoeker Philippe Meirieu spreekt van « éducabilité » (leerbaarheid): de leerkracht gaat ervan uit dat elke leerling vooruitgang kan boeken, en zoekt samen met hem hoe dat lukt.
Wilt u weten hoe uw kind het best leert? Ons artikel over de 8 soorten intelligentie geeft aanknopingspunten om zijn sterke punten te herkennen.
Wat zegt de regelgeving in België?
In het Franstalige onderwijs van de Federatie Wallonië-Brussel is differentiatie een verplichting. Het decreet « Missions » van 1997 vroeg al aan elke school om « elke leerling op zijn eigen tempo te laten vorderen, met formatieve evaluatie en gedifferentieerde pedagogie ».
Het « Code de l’enseignement fondamental et de l’enseignement secondaire », aangenomen in het kader van het « Pacte pour un enseignement d’excellence », gaat verder in die richting. De scholen van de gemeenschappelijke stam (tronc commun) passen differentiatie en formatieve evaluatie toe, en voorzien momenten van persoonlijke begeleiding in het lesrooster.
Voor leerlingen met een vastgestelde leerstoornis voorziet het decreet van 7 december 2017 bovendien redelijke aanpassingen, afgesproken tussen de school, de ouders en het PMS-centrum (de Franstalige tegenhanger van het CLB).
De 4 hefbomen om te differentiëren
De Amerikaanse onderzoekster Carol Ann Tomlinson, een referentie op dit gebied, beschrijft verschillende elementen die de leerkracht kan laten variëren. In de meeste vakliteratuur vindt u ze terug onder gelijkaardige namen:
- De inhoud: wat de leerling leert (moeilijkheidsgraad, kortere of langere teksten, gekozen voorbeelden).
- Het proces: hoe hij leert (materiaal hanteren, schema, lezen, mondelinge uitleg, samenwerken in duo).
- Het product: hoe hij toont wat hij geleerd heeft (presentatie, tekst, mindmap, maquette).
- De structuur: het werkkader (alleen, in kleine groep, in hoeken, beschikbare tijd).
Concrete voorbeelden in de klas
Hoe wordt gedifferentieerde pedagogie in de klas toegepast? Enkele gangbare voorbeelden, van de lagere school tot het secundair:
- eenzelfde wiskundeprobleem, met of zonder concreet materiaal;
- een opdracht die herformuleerd, in stappen opgedeeld of voor sommige leerlingen voorgelezen wordt;
- hoekenwerk waarbij elke groep hetzelfde begrip inoefent met ander materiaal;
- basisoefeningen voor iedereen, daarna herhalings- of verdiepingsoefeningen naargelang de noden;
- extra tijd of een beter leesbaar lettertype voor een leerling met dyslexie;
- behoeftegroepen die per leerstofonderdeel wisselen, zodat een leerling niet vastzit in één niveau.
Voor- en nadelen
De voordelen
- elke leerling vordert op een tempo dat bij hem past, zonder af te haken of zich te vervelen;
- hij leert zichzelf beter kennen: zijn sterktes, zijn moeilijkheden, zijn manier van werken;
- hij wordt zelfstandiger, binnen een kader dat de leerkracht met duidelijke afspraken vastlegt;
- leerlingen met leerstoornissen (dyslexie, dyscalculie, dyspraxie…) vinden makkelijker hun plaats;
- leerlingen helpen elkaar meer: de ander wordt een bondgenoot eerder dan een concurrent.
De grenzen
- het vraagt de leerkracht veel voorbereidingstijd;
- het is moeilijk te organiseren in een klas van 25 leerlingen of meer, met weinig ruimte en materiaal;
- slecht toegepast, met vaste niveaugroepen, kan het de verschillen vergroten in plaats van ze te verkleinen;
- de effecten die onderzoek meet, hangen sterk af van de manier van werken: het is geen recept dat vanzelf werkt.
Gedifferentieerde pedagogie is dus geen wondermiddel. Ze werkt vooral goed als de leerkracht een ambitieus gemeenschappelijk doel aanhoudt en de vooruitgang van elke leerling regelmatig opvolgt.
Vaak komt ze pas bij de remediëring
Door tijdgebrek in de klas gebeurt differentiatie vaak later, wanneer de leerling al achterstand heeft opgelopen. Dat is de rol van remediëring en bijlessen: de leerstof op een andere manier herhalen, vertrekkend van het profiel van de leerling.
Concreet kan een coach:
- niet verworven leerstof hernemen, ook die van vorige jaren die ontbreekt;
- extra oefeningen geven, aangepast aan het echte niveau;
- van materiaal of uitleg veranderen wanneer de eerste uitleg niet overkomt;
- werken aan de studiemethode die nodig is om de leerstof te verwerven.
Het ideaal blijft differentiatie vanaf het begin van het leerproces, in de klas: dan zouden minder leerlingen hun achterstand moeten inhalen.
Tip voor ouders: stapel de methodes niet op
Als ouder wilt u graag helpen. Maar uw kind volgt al een methode in de klas, en soms een andere bij zijn coach. Een derde manier van werken aanbieden kan hem eerder in de war brengen dan helpen.
Het nuttigst is vaak om te informeren naar de aanpak van de leerkracht of de coach, en die thuis te ondersteunen: aanmoedigen, de werktijd organiseren, vragen wat hij begrepen heeft. Blijven de moeilijkheden aanhouden, bespreek het dan met de klastitularis of met het CLB (PMS-centrum in het Franstalig onderwijs).
Begeleiding die vertrekt van uw kind
Bij My Sherpa kiest een pedagogisch adviseur voor uw kind een coach die past bij zijn profiel en zijn noden. In bijlessen in het lager onderwijs of in het secundair, aan huis overal in België of online, stemt de coach zijn uitleg af op de manier waarop uw kind leert, in lijn met de aanpak in de klas.