Bepalen uw gender, uw IQ of uw sociale achtergrond uw succes op school? Deze drie vooroordelen zijn hardnekkig. Onderzoek toont echter dat ze vooral wegen door wat we erover geloven: een stereotype waar u in gelooft, kan uw resultaten afremmen, zonder iets te zeggen over uw echte capaciteiten.
Hieronder leest u wat studies over elk van deze overtuigingen zeggen, wat ze niet zeggen, en hoe u voorkomt dat ze uw studies beïnvloeden. Dit artikel richt zich tot leerlingen uit het secundair onderwijs en studenten, maar ook tot de ouders die hen begeleiden.
“Ik ben slecht in wiskunde omdat ik een meisje ben”
U hebt vast al gehoord dat meisjes taliger zouden zijn en jongens wetenschappelijker. Statistieken tonen inderdaad gemiddelde verschillen: in veel landen scoren jongens iets beter in wiskunde en meisjes duidelijk beter in lezen.
Maar een gemiddeld verschil zegt niets over u. En verschillende experimenten tonen dat een deel van dat verschil door het stereotype zelf komt.
Eén figuur, twee opdrachten
In 2007 vroegen de onderzoekers Pascal Huguet en Isabelle Régner aan leerlingen van 11 tot 13 jaar om een complexe figuur uit het hoofd na te tekenen. In de helft van de klassen werd de oefening voorgesteld als een meetkundetest, in de andere helft als een tekentest.
- Als meetkunde voorgesteld, deden de meisjes het minder goed dan de jongens.
- Als tekenoefening voorgesteld, deden de meisjes het bij precies dezelfde oefening beter.
De opdracht was dezelfde. Alleen het woord was veranderd. Psychologen noemen dit fenomeen stereotypedreiging: de angst om een negatief imago van je groep te bevestigen, houdt de geest bezig en verlaagt de prestatie.
Andere studies, met studentes die sterk waren in wiskunde, wijzen in dezelfde richting. Wanneer men hen vertelde dat de test geen verschil tussen mannen en vrouwen toonde, scoorden ze even goed als de jongens.
En de jongens?
Het stereotype werkt ook in de andere richting. Volgens de OESO vinden jongens vaker dan meisjes dat school tijdverspilling is, en besteden ze gemiddeld ongeveer een uur per week minder aan huiswerk. Dat heeft niets met hun capaciteiten te maken: het is vaak het beeld van “de jongen die geen moeite doet” dat hen punten kost in de taalvakken.
Een eerlijke nuance: onderzoekers discussiëren vandaag over de omvang van de stereotypedreiging, die in sommige recente studies kleiner is dan in de eerste. Het effect bestaat, maar het verklaart niet alles.
“Ik heb geen hoog IQ, dus mijn schoolresultaten zullen ook niet denderend zijn”
Ons brein onthoudt vooral wat bevestigt wat we al geloven: dat heet de bevestigingsbias. Bent u ervan overtuigd dat u “niet slim genoeg” bent, dan merkt u elk slecht cijfer op en vergeet u uw successen. Zo loopt u het risico sneller op te geven bij een moeilijke oefening.
Het Pygmalion-effect
In 1968 lieten Robert Rosenthal en Lenore Jacobson leerkrachten geloven dat een deel van hun leerlingen, in werkelijkheid willekeurig gekozen, sterk vooruit zou gaan. Op het einde van het jaar waren die leerlingen in de tests meer vooruitgegaan dan hun klasgenoten, vooral in de eerste jaren van het lager onderwijs. Dat is het Pygmalion-effect, een vorm van selffulfilling prophecy: een verwachting verandert hoe je iemand behandelt, en die behandeling geeft de verwachting uiteindelijk gelijk.
Ook hier is nuance nodig. De studie kreeg veel kritiek en later onderzoek vindt een reëel maar bescheiden effect. De verwachtingen van volwassenen tellen, maar ze veranderen een leerling niet op hun eentje.
Wat u hieruit kunt onthouden
- Het IQ vat intelligentie niet samen: er zijn meerdere manieren om getalenteerd te zijn, zoals ons artikel over de 8 soorten intelligentie toont.
- Op school wegen een goede methode, regelmatig werk en zelfvertrouwen zwaar door in de resultaten.
- Moeite met een vak is een vertrekpunt, geen definitief etiket.
“Ik kom uit een minder gegoede omgeving, dus ik heb minder slaagkansen op school”
Dit vooroordeel steunt op een reële vaststelling. Volgens het PISA-onderzoek van 2022 hoort het Franstalige onderwijs in België (de Federatie Wallonië-Brussel) bij de onderwijssystemen waar de verschillen in resultaten volgens sociale achtergrond het grootst zijn. Toch is dat geen noodlot: andere landen slagen erin die verschillen sterk te verkleinen, wat toont dat de organisatie van het onderwijs een grote rol speelt.
Die vaststelling gaat over gemiddelden, niet over personen. Elk jaar slagen heel wat leerlingen uit bescheiden gezinnen in het secundair en daarna in het hoger onderwijs.
Wat het verschil maakt
- Het stereotype niet overnemen: net zoals bij gender kan de overtuiging “dit is niets voor mij” volstaan om inzet en deelname in de klas af te remmen.
- Betrokkenheid van de naasten: ouders die luisteren, vragen stellen over school en inspanningen waarderen, versterken de motivatie, ook als ze zelf niet verder gestudeerd hebben.
- Vroeg hulp vragen: een achterstand die snel wordt weggewerkt, krijgt geen kans om te groeien.
Ouders: hoe ontkracht u deze vooroordelen?
Uw woorden tellen. Enkele eenvoudige reflexen helpen uw kind om zich niet op te sluiten in een etiket:
- vermijd zinnen als “in onze familie was niemand ooit goed in wiskunde”;
- prijs de inzet en de aanpak, eerder dan het “talent”;
- stel een slecht cijfer voor als informatie over wat nog geoefend moet worden;
- moedig meisjes aan in wetenschappen en jongens in talen, net zoveel als in de andere vakken.
Opnieuw vertrouwen krijgen met aangepaste begeleiding
Als een vooroordeel zich heeft vastgezet (“ik ben slecht in wiskunde”, “dit is niets voor mij”), helpt een blik van buitenaf vaak om het te overwinnen. Bij My Sherpa kiest een pedagogisch adviseur voor uw kind een coach die bij zijn noden past, voor bijlessen aan huis, overal in België, of online.
De coach vertrekt van het echte niveau van uw kind, laat het stap voor stap vooruitgaan en toont met resultaten dat de leerstof haalbaar is. Voor bijles wiskunde in het secundair net als voor studiemethode is het doel hetzelfde: “ik kan het niet” vervangen door “ik weet hoe ik het moet aanpakken”.
Meisje of jongen, wat uw IQ of uw achtergrond ook is: succes in alle vakken ligt binnen uw bereik. Uw zelfvertrouwen, uw methode en uw inspanningen zijn de beste ingrediënten.