Overslaan naar inhoud

Redelijke aanpassingen en leerstoornissen

Wat de wet zegt in het Franstalige onderwijs, welke stappen u zet en een concreet voorbeeld van aanpassingen voor een leerling met dyslexie of dyscalculie

Kreeg uw kind een diagnose van dyslexie, dyscalculie of ADHD, en vraagt u zich af wat de school voor hem kan doen? In het Franstalige onderwijs van de Federatie Wallonië-Brussel voorziet de wet redelijke aanpassingen: concrete maatregelen waardoor uw kind met dezelfde kansen als zijn klasgenoten kan leren en geëvalueerd worden.

Wat is een redelijke aanpassing?

Een redelijke aanpassing is een materiële, organisatorische of pedagogische maatregel die de school neemt om tegemoet te komen aan de specifieke onderwijsbehoefte van een leerling. Het doel: hem toegang geven tot het leren, hem laten deelnemen en vooruitgaan.

Ze is ‘redelijk’ als ze voor de school geen onevenredige belasting vormt. Om dat te beoordelen, kijkt men onder meer naar de kostprijs, de impact op de organisatie, de duur en de gevolgen voor de andere leerlingen.

De aanpassing verandert niets aan de doelen die bereikt moeten worden. Ze verandert de weg ernaartoe: meer tijd, een beter leesbaar blad, een herformuleerde opdracht, een toegelaten hulpmiddel.

Wat zegt de wet in de Federatie Wallonië-Brussel?

In Vlaanderen geldt sinds 1 september 2023 het decreet leersteun, dat het M-decreet opvolgde en eveneens het recht op redelijke aanpassingen waarborgt. Dit artikel gaat over het Franstalige onderwijs, waar twee teksten de redelijke aanpassingen regelen:

  • het decreet van 7 december 2017, van kracht sinds 1 september 2018, voor het gewone basis- en secundair onderwijs. Het is vandaag opgenomen in het Wetboek van het basis- en secundair onderwijs;
  • het decreet van 30 januari 2014 over inclusief hoger onderwijs, voor hogescholen, kunsthogescholen en universiteiten.

Sinds het schooljaar 2018 moet de gewone school dus de nodige redelijke aanpassingen invoeren voor een leerling bij wie een specifieke onderwijsbehoefte is vastgesteld. Sinds het schooljaar 2022 helpen territoriale polen (‘pôles territoriaux’), verbonden aan scholen voor buitengewoon onderwijs, de gewone scholen om ze te organiseren.

Voor welke leerlingen?

Redelijke aanpassingen gelden voor elke leerling in het gewone onderwijs met een specifieke onderwijsbehoefte, dat wil zeggen een kenmerk, stoornis of blijvende situatie die het leren afremt. Leerstoornissen horen daarbij:

  • dyslexie en dysorthografie;
  • dyscalculie;
  • dyspraxie en dysgrafie;
  • aandachtsstoornis, met of zonder hyperactiviteit (ADHD).

De behoefte moet blijken uit een diagnose van een professional (logopedist, psycholoog, neuropediater, ergotherapeut…), van een multidisciplinair team of van het PMS-centrum (de Franstalige tegenhanger van het CLB).

Welke stappen in het lager en secundair onderwijs?

De procedure verloopt in vier stappen:

  • De aanvraag. Die gaat naar de directie, samen met de diagnose. Ze kan komen van de ouders, van de meerderjarige leerling, van het PMS-centrum of van het schoolteam zelf.
  • Het overleg. De school organiseert een vergadering met de directie, leerkrachten, het PMS-centrum en de ouders. U kunt vragen dat een specialist die uw kind volgt, bijvoorbeeld de logopedist, erbij is.
  • Het protocol van redelijke aanpassingen. De gekozen maatregelen worden vastgelegd in een protocol met hun aard, hun modaliteiten en hun duur. Het protocol volgt de leerling en gaat mee naar zijn nieuwe school als hij van school verandert.
  • De opvolging. De aanpassingen worden in de loop van het jaar geëvalueerd en bijgestuurd, volgens de vooruitgang van uw kind.

Bent u het niet eens met de school, dan is er een bemiddelingsprocedure. Lukt die niet, dan kunt u in beroep gaan bij de Commissie voor inclusief leerplichtonderwijs (‘Commission de l’enseignement obligatoire inclusif’).

Concreet voorbeeld van redelijke aanpassingen

Hier is een typevoorbeeld, gebaseerd op een aanvraag die een logopedist opstelde voor een leerling van het zesde leerjaar. Het onderzoek toonde een profiel van dyslexie, dysorthografie en dyscalculie, met hardnekkige moeilijkheden ondanks de hulp van zijn ouders en leerkrachten.

De gevraagde aanpassingen waren de volgende.

In de klas

  • vooraan in de klas zitten;
  • aandacht terugbrengen: een discrete ‘code’ afgesproken met de leerkracht om hem te helpen zich opnieuw op de taak te richten;
  • korte pauzes wanneer de vermoeidheid zichtbaar wordt (hij luistert niet meer, lijkt de draad kwijt);
  • opdrachten die herformuleerd of mondeling uitgelegd worden als hij ze niet begrijpt;
  • huiswerk en lessen die vooraf aangekondigd worden, en indien mogelijk teksten die hij krijgt voordat ze in de klas behandeld worden.

Voor de documenten

  • een luchtige lay-out: lettertype Arial, grootte 14, interlinie 1,5;
  • bladen die enkel recto bedrukt zijn, met minder oefeningen per pagina en meer ruimte om te antwoorden;
  • kleurcodes die leerkrachten, ouders en logopedist samen gebruiken;
  • het recht om belangrijke woorden te markeren en zich te helpen met tekeningen of mindmaps.

Tijdens toetsen en examens

  • extra tijd, of minder oefeningen die op de essentie gericht zijn;
  • spelling die enkel meetelt wanneer net die geëvalueerd wordt;
  • tolerantie voor doorhalingen en een minder verzorgd handschrift;
  • in wiskunde: tellen op de vingers, rekenmachine of hulpkaarten toegelaten, en een score die evenveel rekening houdt met de stappen van de redenering als met het resultaat.

Thuis

  • minder oefeningen en lessen, met voorrang voor kwaliteit, bijvoorbeeld minder woorden om te leren voor een dictee;
  • inspanningen en vooruitgang die gewaardeerd worden.

Deze lijst is geen model om over te nemen. Elk protocol wordt opgebouwd vanuit het onderzoek van het kind en wat hem echt helpt in de klas. Een aanpassing die nuttig is voor de ene leerling met dyslexie, kan voor een andere overbodig zijn.

En bij de CEB, de CE1D of het CESS?

De CEB (einde lager onderwijs), de CE1D (einde eerste graad secundair) en het CESS (einde secundair) zijn de externe getuigschriftproeven van het Franstalige onderwijs. Een leerling met aanpassingen in de klas kan ze ook in aangepaste omstandigheden afleggen: vergrote lay-out, sterkere contrasten, extra tijd, specifiek materiaal of specifieke software.

Twee punten om te onthouden:

  • de aanvraag verloopt via de schooldirectie, die u vóór eind april van het jaar van de proef moet contacteren;
  • enkel aanpassingen die al gewoonlijk in de klas gebruikt worden, tijdens het leren en bij evaluaties, kunnen toegekend worden.

Het is dus beter om het protocol vroeg in te voeren, ruim voor het jaar van de CEB of de CE1D.

In het hoger onderwijs

Aan de universiteit of hogeschool dient u, als student, zelf de aanvraag in bij de dienst voor onthaal en begeleiding van uw instelling. De aanpassingen worden vastgelegd in een individueel begeleidingsplan (‘plan d’accompagnement individualisé’, PAI).

Elke instelling bepaalt haar eigen deadlines: informeer u bij de inschrijving. Bij een weigering kunt u in beroep gaan bij de Commissie voor inclusief hoger onderwijs.

Uw kind begeleiden, ook buiten de school

Redelijke aanpassingen bieden een kader, maar uw kind moet vaak nog leren ze te gebruiken en zijn zelfvertrouwen terugvinden. Individuele begeleiding kan helpen om zijn werk te organiseren, zijn hulpmiddelen te gebruiken en op zijn eigen tempo vooruit te gaan.

Bij My Sherpa luistert een pedagogisch adviseur naar uw situatie en kiest hij de coach die bij uw kind past. De bijlessen worden aan huis gegeven, overal in België, of online, en kunnen gaan over een vak of over de studiemethode. Meer antwoorden vindt u in onze veelgestelde vragen.

Een coach vinden voor mijn kind

Toelatingsexamen: hoe bereidt u zich goed voor? 5 tips
Toelatingsexamen arts en tandarts, toelatingsproef burgerlijk ingenieur, concours in het Franstalige onderwijs: zo bereidt u zich efficiënt voor