Maakt uw kind zijn huiswerk omdat het moet, en niet omdat het er zin in heeft? Dat komt vaak voor en het is normaal: niemand is voor elk vak even gemotiveerd. Het goede nieuws is dat motivatie niet vastligt. Ze evolueert, en u kunt uw kind helpen om van “ik moet” naar “ik wil” te gaan.
Waarom motivatie belangrijk is op school
Een kind kan dol zijn op wetenschappen en geschiedenis maar niks vinden. Een tiener kan talen laten liggen omdat hij zich al ingenieur ziet. Is hij minder gemotiveerd voor een vak, dan zal hij er ook minder graag voor studeren.
Motivatie hangt af van het moment, het vak, de leerkracht en de sfeer thuis. Het is dus geen karaktertrek: het is een toestand die verandert, en waar u iets aan kunt doen.
Motivatie, wat is dat eigenlijk?
Motivatie is de bereidheid om je in te zetten voor een taak om een resultaat te bereiken. Onderzoekers kijken niet alleen naar hoeveel motivatie iemand heeft, maar vooral naar de kwaliteit ervan: waarom werkt de leerling?
De zelfdeterminatietheorie van de Amerikaanse psychologen Edward Deci en Richard Ryan geeft daar een antwoord op. In België maakte professor Maarten Vansteenkiste (Universiteit Gent) ze bekend bij leerkrachten en ouders, met een formule die in Vlaanderen ingeburgerd is: van “moetivatie” (iets doen omdat het moet) naar motivatie, echte goesting.
Gecontroleerde motivatie: werken omdat het moet
De eerste vorm is gecontroleerde motivatie. De leerling werkt onder druk, en die druk kan van twee kanten komen:
- van buitenaf (extern gecontroleerd): een straf vermijden, een beloning krijgen, de verwachtingen van ouders of leerkrachten;
- van binnenuit (intern gecontroleerd): schuldgevoel, bang zijn om teleur te stellen, zichzelf willen bewijzen, vaak door zich met anderen te vergelijken.
Dat is moetivatie. Ze zet de leerling in beweging, maar ze is snel uitgeput. De leerling doet het minimum, onthoudt minder goed en ervaart studeren als een verplichting. Wordt de druk te groot, dan kan ze ook stress en faalangst voeden.
Autonome motivatie: werken omdat je het wilt
De tweede vorm is autonome motivatie. De leerling handelt uit eigen wil. Ook die vorm heeft twee gezichten.
Extrinsieke autonome motivatie
De leerling vindt de taak niet per se leuk, maar ziet er de zin en het belang van in voor zichzelf. Een voorbeeld: een leerling in het secundair die meetkunde niet graag doet, maar er toch hard voor werkt omdat hij een wetenschappelijke richting wil volgen en weet dat hij het nodig heeft.
Intrinsieke motivatie
Dit is de sterkste vorm: de leerling werkt omdat het onderwerp hem echt interesseert. De oefening zelf is al een beloning. Denk aan een jongere die gepassioneerd is door koken en eindelijk naar de hotelschool mag: niemand hoeft hem nog aan te sporen.
Niemand vindt alles leuk: het belang van zingeving
Ook een leerling die gepassioneerd is door zijn studie heeft vakken die hem minder aanspreken. Een toekomstige psycholoog die gefascineerd is door de menselijke psyche moet ook door statistiek en biologie. Het is normaal dat hij daar minder energie in steekt.
U kunt niemand verplichten om een vak leuk te vinden. Wel kunt u hem helpen het nut ervan te zien. Daar wordt extrinsieke autonome motivatie waardevol: de leerling doet de taak niet uit plezier, maar omdat hij begrijpt wat ze bijdraagt aan zijn eigen doelen.
Concreet betekent dat: het vak koppelen aan iets wat voor hem telt, zoals een studieplan, een beroep, een reis of een hobby. En een aanpak zoeken die het vak wat levendiger maakt.
De 3 basisbehoeften die motivatie voeden
Volgens Deci en Ryan groeit autonome motivatie wanneer drie psychologische basisbehoeften vervuld zijn. Vansteenkiste vat ze samen als het “ABC” van motivatie:
- Autonomie: het gevoel hebben dat je keuzes hebt en uit vrije wil handelt. Een leerling zelf het onderwerp laten kiezen voor een verplichte spreekbeurt versterkt dat gevoel.
- Verbondenheid (de B van ABC): je gesteund voelen door ouders, klasgenoten en leerkrachten. Een leerling die vragen durft te stellen en fouten durft te maken zonder beoordeeld te worden, werkt rustiger.
- Competentie: vertrouwen hebben in je eigen kunnen en zien dat je resultaten uit je eigen inzet voortkomen. De lat mag niet te laag en niet te hoog liggen, zodat er een echte uitdaging is die haalbaar blijft.
Onderzoek binnen deze theorie koppelt autonome motivatie aan dieper leren, meer doorzettingsvermogen en meer welbevinden. Een wondermiddel is het niet: persoonlijke interesse, karakter en omgeving van elk kind spelen ook mee.
Hoe stimuleert u de intrinsieke motivatie van uw kind?
Merkt u dat uw kind vooral op moetivatie draait? Hier zijn enkele tips, gebaseerd op die drie basisbehoeften.
Geef keuzes
- Laat uw kind zelf de volgorde van zijn huiswerk of het moment van studeren kiezen, binnen een kader dat u samen afspreekt.
- Leg het “waarom” van een regel of een taak uit, in plaats van ze zonder reden op te leggen.
- Moedig uw kind aan om een moeilijk vak eens op een andere manier aan te pakken, en begeleid het daarin.
Maak van een mislukking een leerervaring
Bekijk na een slechte toets samen wat er misliep en wat hij de volgende keer anders kan doen. Een fout wordt zo een stap in het leerproces, geen oordeel over wat hij waard is.
Prijs de inzet, niet alleen het resultaat
Zeg “ik zie dat je echt je best hebt gedaan voor dit hoofdstuk” in plaats van “wat een mooi rapport”. Zo vergelijkt uw kind zich minder met anderen en voelt het zich niet verplicht om telkens hetzelfde resultaat te halen.
Praat met uw kind, niet over uw kind
Is er een probleem, zoek dan samen naar een oplossing. Luister eerst naar zijn standpunt voor u het uwe geeft: zo voelt hij zich gehoord en meer betrokken.
Ga zuinig om met beloningen
Een beloning beloven voor elke taak lijkt doeltreffend. Toch toont het werk van Deci en Ryan dat verwachte beloningen de interesse in de taak zelf kunnen verzwakken. Een oprechte aanmoediging werkt vaak beter dan een cadeau.
Gaat het gebrek aan goesting over school in het algemeen, en niet over één vak? Dan helpt ons artikel Mijn kind gaat niet graag naar school u om de oorzaken te begrijpen.
Wanneer een blik van buitenaf helpt
Soms is de relatie tussen ouder en kind rond het huiswerk te gespannen geworden om met deze tips alleen verder te kunnen. Een coach kan dan het stokje overnemen: hij geeft uw kind het gevoel terug dat het iets kan, helpt het zich te organiseren en zin te vinden in de leerstof.
Bij My Sherpa kiest een pedagogisch adviseur de coach die bij uw kind past, voor bijlessen aan huis, overal in België, of online. Een begeleiding in studiemethode helpt het ook om zijn studie weer in handen te nemen, enhuiswerkbegeleiding maakt het dagelijks leven van de jongsten lichter.