Overslaan naar inhoud

Kun je leren houden van een vak dat je haat?

Wiskunde, Frans, fysica, geschiedenis: waarom leerlingen een vak afwijzen, en hoe ze hun band ermee kunnen veranderen

Wiskunde, Frans, fysica of geschiedenis: bijna elke leerling heeft een vak waarmee het niet klikt. Is die afkeer definitief? En wat als het probleem minder bij het vak zelf ligt dan bij de manier waarop je het ontdekt, begrepen of gestudeerd hebt? Goed nieuws: de band met een vak kan veranderen, soms op verrassende wijze.

Waarom haten we bepaalde vakken?

“Ik ben slecht in wiskunde.” “Frans, dat is echt niets voor mij.” “Van fysica heb ik nooit iets begrepen.”

Die zinnen horen we geregeld bij leerlingen en studenten. En veel volwassenen houden nog altijd een slechte herinnering over aan een vak dat ze jaren geleden kregen.

Toch word je zelden geboren met een afkeer van vergelijkingen, grammaticaregels of chemische reacties. Die afwijzing groeit meestal door ervaringen:

  • onbegrip dat zich hoofdstuk na hoofdstuk opstapelt;
  • slechte resultaten ondanks de inspanningen;
  • de vergelijking met klasgenoten die moeiteloos lijken te slagen;
  • een lesmethode die niet past, of een te hoog tempo;
  • een slechte ervaring met een leerkracht;
  • niet zien waarvoor je leert wat je leert.

Na verloop van tijd raakt de leerling ervan overtuigd dat dit vak gewoon niets voor hem is. Er ontstaat een vicieuze cirkel: hoe minder je een vak waardeert, hoe minder zin je hebt om erin te investeren. En hoe minder je investeert, hoe meer de moeilijkheden zich opstapelen. Bij sommigen groeit dat zelfs uit tot faalangst.

Haat je het vak, of het gevoel dat je het niet kunt?

Dat is waarschijnlijk de eerste vraag die je moet stellen.

Stel: een leerling zegt dat hij wiskunde haat. In een gesprek blijkt dat hij het in de lagere school best leuk vond, maar dat hij begon af te haken bij de breuken, en daarna bij de vergelijkingen.

Sindsdien bouwt elk nieuw hoofdstuk voort op begrippen die hij niet helemaal beheerst. Hij kan de uitleg moeilijk volgen, zit lang op zijn oefeningen en haalt teleurstellende resultaten.

Haat hij vandaag echt wiskunde? Of het gevoel dat hij voortdurend in moeilijkheden zit?

Dat onderscheid is belangrijk. Het gevoel competent te zijn speelt een grote rol in de motivatie. Een probleem oplossen, een mechanisme begrijpen, vooruitgang zien: dat geeft voldoening en zin om door te gaan. Omgekeerd, wanneer de inspanningen nergens toe lijken te leiden, brokkelt de motivatie af.

Daarom kan het geleidelijk terugwinnen van grip op een vak ook de kijk erop veranderen. En zo groeit vaak ook het zelfvertrouwen.

Begrijpen kan het leerplezier veranderen

Er is een bijzonder interessant moment in het leren: het moment waarop iets dat onbegrijpelijk leek, plots vanzelfsprekend wordt. Een wiskundige formule krijgt betekenis. Een grammaticaregel wordt logisch. Een wetenschappelijk verschijnsel dat je vanbuiten leerde, krijgt eindelijk een verklaring.

Dat klikmoment kan veel veranderen.

Neem een student die een vreemde taal leert. Als hij het grootste deel van zijn tijd woordenlijsten en vervoegingen inprent, vindt hij dat waarschijnlijk saai. Maar de dag dat hij een eerste gesprek voert, een video begrijpt of een tekst leest die hem interesseert, krijgt de taal een andere dimensie. Ze wordt een middel om te communiceren, en niet langer alleen een reeks regels om te onthouden (meer tips in onze 7 tips om een taal te leren).

Hetzelfde kan gebeuren in wetenschappen, geschiedenis of wiskunde.

Dat betekent niet dat alle leren leuk moet zijn. Sommige stappen vragen herhaling, nauwkeurigheid en inspanning. Maar begrijpen wat je doet en waarom, en zien dat je vooruitgaat, maakt die inspanningen veel bevredigender. Om na te gaan of je iets echt begrepen hebt, is de Feynman-techniek een goed hulpmiddel.

Een ingang vinden die je interesseert

Een schoolvak omvat vaak een veel grotere wereld dan wat je er in de klas van ontdekt.

Een leerling die niet van wiskunde houdt, kan gepassioneerd zijn door videogames, sport of muziek. En wiskunde zit in het programmeren van games, het analyseren van sportprestaties en muzikale ritmes. Zo kan een jongere die geschiedenis saai vindt, interesse hebben in politiek, internationale conflicten of grote maatschappelijke veranderingen: onderwerpen die je beter begrijpt als je hun oorsprong kent.

Het is niet de bedoeling om van elke les een spel te maken, wel om verbanden te leggen tussen wat geleerd moet worden en de interesses van wie leert. Enkele voorbeelden:

  • In wiskunde: kansrekening benaderen via spelletjes, sportstatistieken of beslissingen uit het dagelijks leven.
  • In talen: liedjes, films, series of inhoud rond je passies ontdekken.
  • In wetenschappen: vertrekken van waarneembare verschijnselen, experimenten of concrete vragen.
  • In geschiedenis: gebeurtenissen uit het verleden verbinden met de uitdagingen van vandaag.

Die verbanden vervangen het leren van de basis niet, maar ze kunnen een nieuwsgierigheid wekken die er voordien niet was. Soms volstaat één interessante vraag om anders naar een vak te kijken. Voor jongere kinderen geven we concrete ideeën in ons artikel over strategieën om uw kind te helpen slagen in wiskunde.

De beslissende rol van wie begeleidt

Bijna iedereen heeft wel een leerkracht gekend die zin gaf om een vak verder uit te diepen. En soms een andere die ons er, zonder het te willen, een afkeer van bezorgde.

De relatie met wie kennis overbrengt, beïnvloedt sterk hoe je tegenover leren staat. Goed begeleiden is een begrip correct uitleggen, maar ook begrijpen waarom de leerling vastloopt, de uitleg aanpassen en hem helpen weer vertrouwen te krijgen in zijn eigen kunnen. Afhankelijk van de leerling betekent dat:

  • meer concrete voorbeelden;
  • terugkeren naar voorkennis die nooit echt verworven werd;
  • trager vooruitgaan, in kleine stappen;
  • vragen kunnen stellen zonder angst voor een oordeel.

Dat is een van de grote voordelen van bijles : individuele begeleiding stemt het tempo en de methode af op de noden van elke leerling of student.

Bij My Sherpa staat dat centraal in de begeleiding. Naast het vak zelf willen we iedereen helpen zijn kennis, zijn studiemethode en zijn motivatie te ontwikkelen. Want een leerling die weer vertrouwen krijgt in zijn vermogen om te leren, kan stap voor stap zijn band veranderen met een vak dat hij dacht te haten.

Moet je per se van alle vakken leren houden?

Nee. En dat is een belangrijk punt.

Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren, talenten, interesses en plannen. Het is volkomen normaal om meer aangetrokken te worden door bepaalde vakken dan door andere. Het doel is dus niet om een leerling ervan te overtuigen dat alle vakken boeiend zijn.

Het is wel nuttig om drie situaties te onderscheiden:

  • Desinteresse: het vak boeit de leerling niet bijzonder, maar hij studeert het rustig.
  • Een negatief gevoel door moeilijkheden: hij houdt niet van het vak omdat hij er moeilijkheden in ondervindt, en dat gevoel kan veranderen.
  • Echte afwijzing: vaak verbonden aan een reeks mislukkingen of verlies van zelfvertrouwen.

In de laatste twee situaties kan werken aan de band met het vak even belangrijk zijn als werken aan de inhoud. En wanneer de afwijzing verder gaat dan één vak, loont het de moeite ons artikel te lezen “Mijn kind houdt niet van school”.

Het doel is niet per se een passie te doen ontstaan. Van “Ik haat wiskunde” naar “Het is niet mijn lievelingsvak, maar ik begrijp het beter en ik kan het” gaan, is al een grote vooruitgang.

Hoe verander je concreet je band met een vak?

Voor een leerling, een student of een volwassene die een opleiding hervat, helpen enkele sporen om een moeilijk vak anders aan te pakken.

  1. Precies vaststellen wat het probleem is. De inhoud, de resultaten, de methode, of het gevoel het nooit te begrijpen? Het antwoord wijst naar de juiste aanpak.
  2. Vertrekken van wat je beheerst. Even teruggaan naar eenvoudigere oefeningen helpt om een stevige basis op te bouwen en opnieuw succes te ervaren.
  3. Concrete toepassingen zoeken. Het vak verbinden met het dagelijks leven of met je interesses geeft het betekenis.
  4. Haalbare doelen stellen. In plaats van van de ene dag op de andere uit te blinken, mik je beter op zichtbare vooruitgang: een hoofdstuk begrijpen, een type oefening oplossen, zelfstandiger werken.
  5. Van methode of aanspreekpunt veranderen. Een andere uitleg, een andere aanpak of persoonlijke begeleiding kan een situatie deblokkeren die uitzichtloos leek.

Dat vraagt tijd. Maar zo maakt een ervaring vol frustratie geleidelijk plaats voor een constructievere relatie met leren.

En als we gewoon anders gingen kijken?

Kun je leren houden van een vak dat je haat? Ja, dat kan. Maar het gaat niet vanzelf, en het is ook niet onmisbaar.

Wat vooral telt, is begrijpen dat je band met een vak niet vastligt. Een slechte ervaring, tijdelijke moeilijkheden of enkele teleurstellende resultaten bepalen je mogelijkheden niet voorgoed.

Soms volstaat het om enkele achterstanden weg te werken. Soms om een onverwachte toepassing te ontdekken. En soms om iemand te ontmoeten die de juiste woorden vindt om anders uit te leggen wat je nooit begrepen had.

Je kiest niet altijd welke vakken je moet leren. Maar je kunt vaak wel veranderen hoe je ze aanpakt. En wat als het eerste doel niet is om van dat vak te houden, maar jezelf gewoon een nieuwe kans te geven om het te begrijpen?

Begeleiding zoeken

Loopt uw kind vast in wiskunde, in Nederlands of in fysica en zegt het dat het dat vak “haat”? Bij My Sherpa maakt een pedagogisch adviseur eerst samen met u de balans op, en kiest dan een coach die de basis in het tempo van uw kind herhaalt en het helpt om weer zelfvertrouwen te krijgen. De lessen vinden plaats aan huis, overal in België, of online.

Een coach vinden

Waarom vergeten we zo snel wat we net geleerd hebben? En hoe onthoudt u beter?
De vergeetcurve en de methodes die echt helpen onthouden: actief ophalen, gespreide herhaling, uitleggen, van de lagere school tot volwassenen