8 intelligentievormen en de impact op school

Er bestaat niet een vorm van intelligentie, maar verschillende. Het schoolsysteem waardeert sommige vormen meer dan andere. In het professionele leven ligt dat anders: sommige vaardigheden die weinig nuttig zijn op school kunnen bij een job net heel waardevol blijken.

 

Zo heeft Howard Gardner 8 verschillende intelligentievormen vastgelegd. Ieder individu beschikt over die 8 vormen, in verschillende hoeveelheden, waarvan er 3 of 4 de bovenhand nemen. Het is ook altijd mogelijk om de vormen die minder aanwezig zijn te gaan ontwikkelen.

Erin slagen om de dominante intelligentievormen van uw kind te identificeren kan een hulp zijn bij het kiezen van een studierichting of een beroep.

 

1. Logisch-mathematische intelligentie

Deze personen kunnen goed rekenen, kwantificeren, logisch nadenken en wiskundige en wetenschappelijke problemen oplossen. Ze houden van cijfers, van analyseren en van redeneren.

Profiel: houdt van hoofdrekenen, wetenschappen of strategische spelletjes, legt uit via analogieën, wil voor alles een uitleg, werkt op ordelijke en nauwgezette wijze.

2. Verbaal-linguïstische intelligentie

Deze personen gebruiken woorden en taal om zich uit te drukken of complexe begrippen te begrijpen.

Profiel: houdt van luisteren, lezen en schrijven, drukt zich vlot uit, houdt van verhalen vertellen en uitbeelden, houdt van spelletjes met woorden (kruiswoordraadsel, scrabble,…).

De evaluatie van de leerprocessen die meestal plaatsvinden in de scholen geeft de voorkeur aan de logisch-mathematische en verbaal-linguïstische intelligentie, waardoor een leerling die deze vormen niet als dominant heeft vaak wordt benadeeld.

3. Muzikale-ritmische intelligentie

Deze personen zijn gevoelig aan geluiden, aan ritmische en muzikale structuren,  aan klankgeluiden en aan emoties die door muziek veroorzaakt worden. Ze hebben de vaardigheid om muzikale modellen te herkennen, te interpreteren en te maken.

Profiel: zingt of neuriet tijdens het stappen, tikt met zijn voet, tikt met zijn potlood of zijn vingers tijdens het werken, houdt ervan om deuntjes of melodieën uit te vinden, onderscheidt makkelijk de accenten van een vreemde taal, zingt juist, kan een ritme aanhouden… Het gaat om de minst gebruikte meervoudige vorm van intelligentie in het klassiek onderwijs.

4. Lichamelijke-kinesthetische intelligentie

Deze personen gebruiken hun lichaam op een fijne en gedetailleerde manier, hebben de capaciteit om door de beweging van hun lichaam een idee of gevoel uit te drukken of om een bepaalde fysieke activiteit uit te voeren.

Profiel: heeft een goede coördinatie, is erg handig voor klusjes, houdt van sport, communiceert liever door een model te tonen of op te bouwen, houdt van komedie spelen…

5. Visueel-ruimtelijke intelligentie

Deze personen hebben de vaardigheid om ideeën mentaal voor te stellen en ze ook te visualiseren.
Profiel: legt uit door een tekening of een schets te maken, houdt van puzzels en visuele kunsten, heeft een goed oriëntatievermogen en kan goed kaartlezen…

6. Interpersoonlijke intelligentie

Interpersoonlijke (of sociale) intelligentie laat het individu toe om op een correcte en aangepaste manier te communiceren met anderen. Deze personen zijn gevoelig, ze begrijpen de anderen en vatten hun humeur, hun bedoelingen, hun motivatie en hun emotie.
Profiel: open naar anderen toe, houdt van samenwerken met anderen, integreert makkelijk, is heel creatief om de problemen van anderen op te lossen, neemt met plezier een leiderspositie in, drukt zich heel makkelijk uit.

7. Intrapersoonlijke intelligentie

Intrapersoonlijke intelligentie laat toe om de eigen sterktes en zwaktes goed te kunnen inschatten, om een goed en trouw zelfbeeld te kunnen vormen en dat zelfbeeld ook efficiënt te kunnen gebruiken in het dagelijkse leven.

Profiel: kent zijn talenten en capaciteiten, stelt zichzelf haalbare doelen, voert een taak die hij zichzelf geeft correct uit, geeft niet toe aan impulsiviteit, is moeilijk te beïnvloeden.

8. Natuurgerichte intelligentie

Het gaat om de intelligentie die het mogelijk maakt om gevoelig te zijn voor levende dingen of de omgeving waarin de mens evolueert te begrijpen. Het is de capaciteit om alles wat te maken heeft met het leven en de materie te appreciëren, te herkennen, te klasseren en te rangschikken.
Profiel :  verdedigt en streeft ernaar zijn omgeving te verbeteren, gefascineerd door dieren, gevoelig aan planten en aan alle vormen van de natuur (aardrijkskunde, natuurlijke objecten, wolken, sterren,…), kan de structuren en gebreken in de natuur herkennen, observeert, houdt gegevens bij, categoriseert…